Winterwandeling

Winterwandeling in Kallo

In het riet, daar zijn de paadjes diep 

Een wandeling in de winter kan niet alleen klimatologisch, maar ook logistiek een uitdaging zijn. Deze keer werden we door onze voortrekker Marc Ceulemans opgewacht aan de Ponton Steen-halte van de Waterbus. Die voerde ons onder een dreigende wolkenhemel noordwaarts tot de halte Zwijndrecht, op zoek naar de laatste natuurgebieden die nog niet door de industrie en de haven zijn opgeslokt.  

En dat zijn er nog meer dan je zou denken: het Rietveld Kallo en het Groot Rietveld, waar we onze eerste passen in de zompige grond zetten, vormen een bijna 140 hectare groot natuurreservaat voor wandelaars en vogelspotters. Op zoek naar rietvogels zoals de bruine kiekendief en de roerdomp moesten we vooral goed onze eigen voeten in de gaten houden, want na een paar hevige plensbuien belandden we in een smeuïg modderparcours, waar sommigen met minder aangepast schoeisel ook horizontaal kennis mee maakten. Behalve de plassen was het ook uitkijken voor de wel zeer overvloedige ontlasting die de hier rondzwervende Konikpaarden bij voorkeur op de wandelpaden blijken te deponeren. Dit kon onmogelijk allemaal geproduceerd zijn door de twee paarden die we te zien kregen. 

Gelukkig hield het regenen algauw op en gunden de weergoden ons zelf een waterachtig zonnetje. Zo konden we toch nog droog in het gemeentelijk park van Kallo picknicken. Vervolgens maakten we kennis met de Lisdodde, een kleiner 10 hectare groot natuurgebied met zelfs een heus golfterrein en de kreek de Melkader. Die werd tijdens de Tachtigjarige Oorlog nog een massagraf voor heel wat soldaten, toen hier in 1638 een zware veldslag werd uitgevochten.  

Ook de moderne Farnesebrug die we in de verte zagen opdoemen herinnert aan die periode. Probleem was dat die brug over de Kallosluis rechtop stond en wij erover moesten. Maar als bij wonder kwam ze netjes op tijd naar beneden en zo konden we na een tocht van ruim 8 km langsheen de magazijnen van de Katoennatie de Waterbus halte Kallo opzoeken, die ondanks het spitsuur voor het werkvolk toch nog een veertigtal Neossers wilde meenemen.  

Zo kwamen we ruim op tijd weer aan in ‘t stad voor een after walk drink met wijn, soep en koffie op een unieke locatie: Marc Van Mael wachtte ons op in zijn Hansa Huis aan de Suikerrui. Voor een rondleiding in dit eclectische monument –te koop voor een kleine 2 miljoen- werden we wel verzocht onze modderbottines aan de kant zetten. Zo’n receptie op sokken, het is weer eens wat anders. Een Neos-winterwandeling, je krijgt altijd een natje en een droogje.